Hoe zorg je dat je kind zich aanvaard voelt?

Een kind aanvaarden betekent dat je als ouders dankbaar bent dat je juist dit kind gekregen hebt. Dat je hem niet steeds met anderen vergelijkt. Een kind aanvaarden betekent dat ouders eventuele teleurstellingen in zijn doen en laten, of in zijn uiterlijk, ondergeschikt maken aan hun liefde voor hun kind. Kinderen kunnen teleurstellen: een baby die heel veel huilt, een kind dat door langdurige ziekte je handen bindt, terwijl je weer zo graag zou gaan werken, een kind met een gespleten lipje of een wijnvlek op het gezicht, een kind dat niet mee kan komen op school of buiten de groep valt. Dan kan het voor ouders heel moeilijk zijn hun kind onvoorwaardelijk te accepteren. Leer het dan toch aanvaarden zoals het is, ook met zijn eigenaardigheden en moeilijkheden. Een kind is pas echt gelukkig als het leeft in het vertrouwen dat zijn vader en moeder dankbaar zijn dat hij geboren is, dat hij er ‘mag zijn’, dat zij altijd voor hem instaan, wat er ook gebeurt.

Hoe wordt dat vertrouwen in een kind gewekt, hoe merkt een kind dat het door zijn ouders aanvaard wordt? Niet door grootse daden of een omhaal van woorden, gelukkig niet. Je kind aanvaarden doe je in de gewone dingen van alledag. In een kiekeboe-spelletje met je baby in de box: ‘Dag lieve meid, wat leuk dat ik je weer zie.’ Of in het geduld dat je opbrengt voor een baby die heel laat gaat lopen: ‘Geeft niet hoor, je haalt het wel in.’ Aanvaarding door allerlei spontane uitingen van liefde: ‘lk wil duizend kusjes van jou.’

Aanvaarding door de pleister op het luie oog van het kind te versieren. Tot de puberteit is het gezin  voor een kind de belangrijkste plek in zijn leven. Daar leert hij wat het is om met anderen om te gaan, te geven en te nemen, kritiek te krijgen et cetera. Dat is alles bij elkaar een ingewikkeld en soms moeilijk leerproces. Daarvoor is nodig dat een kind ook echt ervaart dat het deel uitmaakt van een gezinsverband, dat het opgroeit met mensen waar hij helemaal bij hoort, die voor hem instaan en die een voorbeeld voor hem zijn.

Dat vertrouwen kan bij een kind al vroeg gewekt worden. Dat begint al direct na de geboorte. Iedereen wil de baby even vasthouden. Er wordt als het ware om gevochten: ‘Jij hebt haar al zolang, nu wil ik haar even.’ En de baby gaat van schoot tot schoot. Zo wordt hij ook in de schoot van het gezin opgenomen.  Voor de ontwikkeling van dit vertrouwen om erbij te horen, geven ouders hun kind al vroeg een eigen plaats in het gezin, letterlijk en figuurlijk. Als het gezin een dagje uitgaat, gaat de baby natuurlijk ook mee om vanuit de draagzak alles te kunnen overzien. Erbij willen horen, het zit elk mens in het bloed. Ervaren en weten dat je erbij hoort, wekt in een kind het vertrouwen op zijn plaats te zijn en ook de bereidheid anderen een plaats te geven.

Een veilige basis is ook echt essentieel. Deze bouwsteen in de ontwikkeling van het vertrouwen wordt al vroeg in het leven van kinderen gevormd. Wanneer een kind de beslotenheid van de moederschoot verlaat, komt het in een totaal onbekende wereld. Wanneer het die wereld niet stap voor stap en stukje bij beetje aan de  hand van vader en moeder ontdekt, dan zou het door al die vreemde indrukken overspoeld worden. Daarom zorgen ouders voor rust en regelmaat in het leven van hun baby. Onbewust wekken zij zo in hun kind het besef dat alles in zijn beginnende leven zijn eigen plaats en tijd heeft en dat de mensen die zo trouw voor hem zorgen ook betrouwbaar zijn.

Om dit vertrouwen te wekken zijn geen kunstgrepen nodig. Een gevoel van veiligheid wek je als ouders in en door de gewone dingen van alledag: in de regelmaat van voeden, wassen en verschonen. In de voorspelbaarheid van je doen en laten: geen straf voordat het duidelijk is waar het om gaat. In de bescherming die je je kind biedt: ‘Pas op de punt van de tafel.’ Pas op, hoor, voor de verwarming.’ Het zijn eigenlijk allemaal ‘gewone’ dingen: het overbekende liedje dat voor het slapen gaan gezongen wordt, het bedje met het vertrouwde pluche beest, het lampje dat ’s nachts op de overloop blijft branden, het hekje voor de trap, het eigen speelhoekje en het knuffelbeest dat overal mee naartoe mag. Hierdoor leert een kind zich in de kleine dingen van het leven veilig te voelen om later de grote dingen van het leven aan te kunnen.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s