Hoe vind je de beste kinderwagen?

Joodse mystici zeggen dat een engel van boven naar de moederbuik wordt gestuurd. Daar krijgt de ongeborene les, zodat hij is voorbereid op het leven. Als de geboorte nadert, legt de engel Zijn vinger op de lippen van het kind, dat vervolgens alle Wijsheid vergeet. De kennis blijft nog wel bestaan op een onbetwist niveau. Het is de taak van ieder mens om alle wijsheid die in ons zit naar dat niveau te tillen.

Het is eerste kerstdag. Ik heb een wat vreemd gevoel in mijn buik, maar het voelt meer grappig dan wat anders. ‘Als dit het is, valt het mee, joh. Het is best een lekkere tinteling,’ vertel ik Geert. Ik vraag me af of het wellicht komt door het warme voetenbad de avond ervoor. Pedicure Anky had deze tip uit grootmoeders tijd gegeven. ‘Ik was mijn zwangerschap zo zat. Dus ging ik met mijn voeten in een warm bad en de weeën begonnen.” En nu lijkt het er toch ook een beetje op dat bij mij hetzelfde gebeurt. Geert besluit de verloskundige te bellen. Want zonder tegenbericht staan om vier uur mijn moeder en de voltallige Belgische schoonfamilie voor de deur. Geert en ik organiseren namelijk het kerstdiner dit jaar, voor elf mensen. De jonge verloskundige Else-Marie constateert na wat voelen (au!) dat er nog niets aan de hand is. ‘Je kunt gewoon kerst vieren hoor.’ Ik antwoord ‘fijn’ , maar ben toch wat teleurgesteld dat ik vandaag weer geen moeder zal worden. Maar het scheelt, denk ik, dan kan ik nog even nadenken hoe ik de beste kinderwagen ga uitkiezen, schiet er door mijn hoofd. Apart hoe je hersenen soms werken.

Om halfvier gaat de bel: mijn moeder arriveert in Chanelpakje en een wolk van parfum. Een kwartier eerder zijn de milde krampjes voelbare samentrekkingen geworden. Ik fluister haar toe: ‘Ik denk dat het is begonnen’. Ze reageert direct als door een zwerm bijen gestoken: ‘Denk, denk! Natuurlijk is het begonnen! Bel iedereen af!’ Maar een kwartier later gaat de bel alweer, ditmaal stapt de Belgische schoonfamilie uitbundig binnen. Ik serveer sushihapjes, maar sla zelf over. Ik luister naar de nieuwjaarsbrief van mijn elfjarige blonde neefje Ame en doe mijn best om te lachen. Even later zeg ik zo normaal mogelijk dat ik even naar boven ga en laat iedereen achter aan tafel. ‘Wat heeft Christine toch?’ vraagt mijn schoonvader als de gastvrouw is verdwenen. ‘Maar papa toch, dat zijn weeën,’ antwoordt schoonzus Sonja. Een moment later is ze boven, met de veertienjarige Niels. Ik probeer zo ontspannen mogelijk te kijken, maar het valt niet echt mee. ‘Voelt het ongeveer als een gescheurde meniscus?’ wil Niels, de voetballer van de familie, weten. Sonja laat hem weten dat het toch wel wat erger is. Niels gaat er somber van kijken. Maar als hij ziet dat ik hem observeer, lacht hij met een blik van: dan zal het best meevallen.

Hoe zorg je dat je kind zich aanvaard voelt?

Een kind aanvaarden betekent dat je als ouders dankbaar bent dat je juist dit kind gekregen hebt. Dat je hem niet steeds met anderen vergelijkt. Een kind aanvaarden betekent dat ouders eventuele teleurstellingen in zijn doen en laten, of in zijn uiterlijk, ondergeschikt maken aan hun liefde voor hun kind. Kinderen kunnen teleurstellen: een baby die heel veel huilt, een kind dat door langdurige ziekte je handen bindt, terwijl je weer zo graag zou gaan werken, een kind met een gespleten lipje of een wijnvlek op het gezicht, een kind dat niet mee kan komen op school of buiten de groep valt. Dan kan het voor ouders heel moeilijk zijn hun kind onvoorwaardelijk te accepteren. Leer het dan toch aanvaarden zoals het is, ook met zijn eigenaardigheden en moeilijkheden. Een kind is pas echt gelukkig als het leeft in het vertrouwen dat zijn vader en moeder dankbaar zijn dat hij geboren is, dat hij er ‘mag zijn’, dat zij altijd voor hem instaan, wat er ook gebeurt.

Hoe wordt dat vertrouwen in een kind gewekt, hoe merkt een kind dat het door zijn ouders aanvaard wordt? Niet door grootse daden of een omhaal van woorden, gelukkig niet. Je kind aanvaarden doe je in de gewone dingen van alledag. In een kiekeboe-spelletje met je baby in de box: ‘Dag lieve meid, wat leuk dat ik je weer zie.’ Of in het geduld dat je opbrengt voor een baby die heel laat gaat lopen: ‘Geeft niet hoor, je haalt het wel in.’ Aanvaarding door allerlei spontane uitingen van liefde: ‘lk wil duizend kusjes van jou.’

Aanvaarding door de pleister op het luie oog van het kind te versieren. Tot de puberteit is het gezin  voor een kind de belangrijkste plek in zijn leven. Daar leert hij wat het is om met anderen om te gaan, te geven en te nemen, kritiek te krijgen et cetera. Dat is alles bij elkaar een ingewikkeld en soms moeilijk leerproces. Daarvoor is nodig dat een kind ook echt ervaart dat het deel uitmaakt van een gezinsverband, dat het opgroeit met mensen waar hij helemaal bij hoort, die voor hem instaan en die een voorbeeld voor hem zijn.

Dat vertrouwen kan bij een kind al vroeg gewekt worden. Dat begint al direct na de geboorte. Iedereen wil de baby even vasthouden. Er wordt als het ware om gevochten: ‘Jij hebt haar al zolang, nu wil ik haar even.’ En de baby gaat van schoot tot schoot. Zo wordt hij ook in de schoot van het gezin opgenomen.  Voor de ontwikkeling van dit vertrouwen om erbij te horen, geven ouders hun kind al vroeg een eigen plaats in het gezin, letterlijk en figuurlijk. Als het gezin een dagje uitgaat, gaat de baby natuurlijk ook mee om vanuit de draagzak alles te kunnen overzien. Erbij willen horen, het zit elk mens in het bloed. Ervaren en weten dat je erbij hoort, wekt in een kind het vertrouwen op zijn plaats te zijn en ook de bereidheid anderen een plaats te geven.

Een veilige basis is ook echt essentieel. Deze bouwsteen in de ontwikkeling van het vertrouwen wordt al vroeg in het leven van kinderen gevormd. Wanneer een kind de beslotenheid van de moederschoot verlaat, komt het in een totaal onbekende wereld. Wanneer het die wereld niet stap voor stap en stukje bij beetje aan de  hand van vader en moeder ontdekt, dan zou het door al die vreemde indrukken overspoeld worden. Daarom zorgen ouders voor rust en regelmaat in het leven van hun baby. Onbewust wekken zij zo in hun kind het besef dat alles in zijn beginnende leven zijn eigen plaats en tijd heeft en dat de mensen die zo trouw voor hem zorgen ook betrouwbaar zijn.

Om dit vertrouwen te wekken zijn geen kunstgrepen nodig. Een gevoel van veiligheid wek je als ouders in en door de gewone dingen van alledag: in de regelmaat van voeden, wassen en verschonen. In de voorspelbaarheid van je doen en laten: geen straf voordat het duidelijk is waar het om gaat. In de bescherming die je je kind biedt: ‘Pas op de punt van de tafel.’ Pas op, hoor, voor de verwarming.’ Het zijn eigenlijk allemaal ‘gewone’ dingen: het overbekende liedje dat voor het slapen gaan gezongen wordt, het bedje met het vertrouwde pluche beest, het lampje dat ’s nachts op de overloop blijft branden, het hekje voor de trap, het eigen speelhoekje en het knuffelbeest dat overal mee naartoe mag. Hierdoor leert een kind zich in de kleine dingen van het leven veilig te voelen om later de grote dingen van het leven aan te kunnen.